Remigratie: wat, waarom, wie en wanneer
Op 27 maart 2025 trokken bij de jaarlijkse NSV!-betoging meer dan 800 mensen door de straten van Gent. Nationalisten en identitairen uit Vlaanderen, Nederland, Frankrijk, Duitsland en zelfs daar voorbij hadden één duidelijke boodschap: remigratie!
Maar wat is dat nu eigenlijk, die remigratie? Is een remigratiebeleid vandaag de dag zelfs nog mogelijk? Vragen over het wat, waarom en wie stapelen zich op, maar vooral de vraag wanneer remigratie in werking moet gaan, is bijzonder relevant.
Naar aanleiding van de NSV!-betoging begonnen de journalisten naarstig op hun toetsenborden te tokkelen. In samenwerking met woke professoren hadden zij immers een belangrijk doel voor ogen: het volk wijsmaken dat remigratie onwenselijk, onmenselijk en vooral onmogelijk is. Tot hun spijt moeten we echter vaststellen dat een remigratiebeleid voeren helemaal zo gek niet is. De Oostenrijkse identitair activist Martin Sellner, die als hoofdspreker aanwezig was op de betoging, toont in zijn boek Remigratie: een voorstel aan hoe simpel het eigenlijk kan zijn.
Wat?
Voor we uitleggen wat remigratie is, is het belangrijk uit te leggen wat het net niet is. Voor Sellner is remigratie bijvoorbeeld absoluut niet gelijk aan de gedwongen deportatie van iedereen die niet van Europese origine is. In tegenstelling tot wat de mainstream media ons voorliegt, heeft een remigratiebeleid dus geen massadeportaties voor ogen.
Wat is het dan wel? Sellner definieert zijn remigratiebeleid als de verzameling van strategische correcties op de huidige massamigratie. Het zijn met andere woorden alle politieke beslissingen die de schade van decennialange massamigratie terugdraaien. Dit gaat dan over bijvoorbeeld het aanmoedigen en vergemakkelijken van vrijwillige terugkeer, of over het scheppen van een juridisch kader om illegalen en criminelen eenvoudiger uit te zetten.
Waarom?
Het huidige migratiebeleid ondermijnt onze veiligheid, onze economische draagkracht en onze sociale cohesie. Zowel onze huizenmarkt, onze sociale zekerheid als ons onderwijs staan er al jaren zwaar door onder druk. Remigratie is nodig omdat wij als Vlaamse jongeren in staat willen zijn een betaalbaar huis te kunnen kopen, omdat wij kwaliteitsvol onderwijs willen voor onszelf nu en voor onze kinderen in de toekomst, omdat wij ons 's nachts veilig willen kunnen voelen op straat.
Een beetje suiker maakt de koffie schijnbaar zoeter, maar te veel suiker maakt koffie ondrinkbaar. Door het migratiebeleid van de laatste decennia bestaat ons kopje koffie als het ware steeds meer uit kristalsuiker en steeds minder uit koffieboon. Niet te drinken dus. Remigratie is nodig om de koffie opnieuw drinkbaar te maken.
Wie?
Sellner beschrijft drie hoofdgroepen op wie zijn remigratiebeleid van toepassing is. Ten eerste zijn er de (uitgeprocedeerde) asielzoekers. Het staat buiten kijf dat een aanzienlijk deel van de asielzoekers in ons land het asielrecht misbruikt als een toegangsticket voor een permanent verblijfsrecht. Asielbescherming was oorspronkelijk echter bedoeld als een tijdelijke noodopvang, niet als migratieroute. Een grondige hervorming van de asiel- en verblijfswetgeving dringt zich op.
De tweede groep bestaat uit vreemdelingen die via andere kanalen dan het asielrecht ons land zijn binnengekomen en ons land tot last zijn. Tot deze groep behoren volgens Sellner migranten die niet bijdragen aan het algemeen belang, maar de samenleving economisch en/of crimineel belasten. Er bestaat immers geen gegronde reden waarom een staat vreemdelingen die hem niet ten goede komen, maar net schaden, een duurzaam verblijf zou toestaan. Remigratie in deze context betekent het vreemdelingenrecht hervormen en via wettelijke maatregelen de push- en pullfactoren omkeren.
Tot de derde groep behoren migranten en hun nakomelingen die wel over onze nationaliteit beschikken, maar geen enkele moeite doen om zich te assimileren. Dit betreft personen die zich blijven identificeren met hun herkomstland of met parallelle gemeenschappen. Zij blijven vaak loyaal aan buitenlandse culturele of religieuze normen, en bij belangenconflicten zouden zij eerder buitenlandse belangen dienen dan die van ons. Remigratiebeleid voor deze groep betekent onder andere de remigratiedruk verhogen, parallelle samenlevingen afbouwen en de nationaliteit intrekken bij dubbele paspoorten of criminele daden.
Wanneer?
Jaren aan opengrenzenbeleid terugdraaien vergt uiteraard enige tijd. De wet werkt immers niet zoals een geest uit een fles die maar met zijn vingers te knippen heeft om de meest wilde dromen te doen uitkomen. Een duidelijk tijdsbestek is dus nodig, en ook dat voorziet Sellner, want het gaat hier immers niet om wilde dromen, maar om een realistisch beleid dat op korte, middellange en lange termijn zijn vruchten zal afwerpen.
Na een grondige herziening van het asielrecht zal op korte termijn al heel wat minder instroom ontstaan. Binnen de vijf jaar zal de eerste groep bijgevolg sterk gedaald zijn. Op middellange termijn zal het afschaffen van sociale en economische prikkels om legaal hierheen te komen of hier legaal te blijven ervoor zorgen dat de tweede groep vrijwillig vertrekt. De derde groep vergt een aanpak op lange termijn. Staatsburgers kunnen immers niet eenvoudig worden uitgezet. Door assimilatiedruk en vrijwillige remigratie zullen ten slotte ook deze personen oftewel opgaan in onze cultuur, oftewel elders hun geluk zoeken.
Ondanks de beweringen van gesubsidieerde journalistiek en goedbetaald professoraat blijkt een remigratiebeleid dus wel degelijk mogelijk zijn. Wellicht zullen zij aanvoeren dat zij de Duitse taal niet spreken, en bijgevolg de realistische oplossingen van Sellner niet kunnen kennen. Ze kunnen zich echter niet langer achter dit excuus verstoppen, want zijn boek is intussen in het Nederlands verschenen bij Uitgeverij De Drie Stromen.


